Kranten uit 18e eeuw gevonden in Lichtboei...klik hier


'Roomse Hemel na 100 jaar in particuliere handen
(Uit: Van wad tot Stad, 2006, Joop vd Heide)

In 1905 kocht de katholieke Michaël parochie aan de Rommelhaven een aantal panden aan, die enkele jaar later, in 1908, tot één gebouw werden samengevoegd. Het ‘Katholieke Vereenigings Gebouw’ was geboren. Al snel kreeg het gebouw de bijnaam: ‘het Roomse Hemeltsje’. Pas tientallen jaren later krijgt het etablissement de naam ‘De Lichtboei’, toen Johan Outhuyse er de scepter zwaaide.

Kort geleden heeft de Michaël Centrale, de beheerder van het gebouw,

het eigendom verkochtaan de huidige beheerders: Fina van der Vlies, 46 jaar, en de 41 jarige Paul Schoute. Het katholieke Vereenigings Gebouw heeft de 100 jaar dus net niet gehaald.

Het Rijke Roomsche leven

Sierk van der Heide, voorzitter van de Michaël Centrale, vertelde dat het roerige tijden waren in Harlingen zo aan het begin van de twintigste eeuw. “De behoefte aan een eigen vereniging en een eigen onderkomen was in die tijd erg groot. Er trad een grote mate van verzuiling op en als men in de haven wilde werken was men verplicht om lid te zijn van de ‘rooie (vak)bond’, legt van der Heide uit.

 

‘Het dilemma bij de katholieken was dat men geen lid mocht worden van die ‘rooie bond’, op straffe van ex-communicatie. Dat wil zeggen dat men dan letterlijk en figuurlijk de kerk werd uitgezet. Er was dus een grote behoefte aan organisatie en vereniging. De toenmalige pastoor van de Michaël Parochie, Janssen, de latere bisschop, bleek een sociaal voelend mens. Hij heeft de Michaël Centrale in het leven geroepen, waarbinnen dus de start van het katholieke verenigingsleven ligt”. Zo kwam er onder andere een spaarbank, een vakbond voor havenarbeiders, een katholieke bibliotheek, de Katholieke Bond voor Ouderen, (KBO) en het Katholiek Vrouwen Gilde (KVG).

Met elkaar ontstonden zo’n elf vereniging die het Katholiek Vereenigings Gebouw, ‘De Roomse Hemel’, als basis hadden.
Ook de katholieke voetbalvereniging Robur gebruikte ‘De Lichtboei’ jarenlang als thuishaven. Zowel voor de wedstrijdbesprekingen vooraf, als de overwinningsfeesten achteraf.

De Michaël parochie viert dit jaar het 125 jarige bestaan van de in 1881 opgeleverde kerk aan de Zuiderhaven. Het zwaartepunt voor de feestelijkheden ligt in de meimaand. De Michaël Centrale verkoopt de Lichtboei omdat het beheer en de verantwoordelijkheden rond zó’n gebouw te zwaar worden en er door de katholieke achterban te weinig gebruik van wordt gemaakt.

 

Met de opbrengst wil men de pastorie aan de Zuiderhaven opknappen en ten behoeve van parochiedoeleinden vergroten.

Van Wad tot Stad komt later dit jaar met meer artikelen over “125 jaar kerken op de Zuiderhaven”.  

 

 

‘Het Hemeltje’ was oorspronkelijk een kolfbaan
(Uit Harlinger Courant, 17 en 21 maart 2006)

Historie van de stichting Centrale St. Michaël en van haar verenigingsgebouw Het Roomse Hemeltje, nu de Lichtboei geheten.

Oorspronkelijk was het Lichtboei gebouw een kolfbaan. Dat is een baan van 17,5 meter lang en twee palen waar het volksspel kolfslaan werd beoefend. Deze baan was eigendom van Jacobus Postma, die het woonhuis en de baan in 1873 verkocht aan een kantoor-bediende, Wytze Freerk Schilsma, die er een bewaarschool van maakte en deze exploiteerde.

Later is dat door de dames Schilsma voortgezet.

In 1906 werd het geheel gekocht door de St. Jozef vereniging, een roomse club van werklieden, middenstanders en de vereniging van volksontwikkeling. Vanuit deze beschouwende verenigingen had men behoefte aan een reorganisatie, “om den standen zuiverder te kunnen organiseren”. Onder leiding van de Zeer Eerw. Heer Pastoor Jansen kwam een commissie tot een voorstel om aparte verenigingen op te richten voor bijvoorbeeld werklieden, middenstanders en patroons, ziekenfonds en weduwensteun. Als overkoepelende organisatie met afgevaardigden van alle verenigingen werd in 1918 de Vereniging Centrale St. Michaël opgericht.

 

In die tijd was het sociaal gezien erg onrustig. De Eerste Wereldoorlog was net ten einde en veel Belgische gezinnen hadden zich in Harlingen gevestigd.

Pastoor Jansen, later werd hij Bisschop van het bisdom Utrecht, (werd de rode Bisschop genoemd vanwege zijn sociale betrokkenheid) heeft als moderator aan de wieg gestaan van de vele verenigingen die in die tijd werden opgericht voor het welzijn van zijn kudde. De eerste bestuursleden van de Centrale waren: J.J Krol als voorzitter, J.W.Koekoek als 1e secretaris, L. Huisman als 2e secretaris, F. Willekes als eerste penningmeester en M. van Os als 2e penningmeester.

Statuten
Op 18 november 1920 werd het Gebouw voor de som van 5300 gulden gekocht van de St. Jozefvereniging, die in feite opgesplitst was. De opbrengst werd dan ook verdeeld onder de voormalige groepen. De Statuten van de Centrale werden op 7 januari 1920 Koninklijk goedgekeurd, de Bisschoppelijke zegen daarentegen is nooit ontvangen. De Aartsbisschop had liever een Kath. Sociale Actie-afdeling zien opgericht. Niettemin wilde Mgr. echter het bestaan van de Centrale wel toelaten, op voorwaarde dat er geen politieke verenigingen in vertegenwoordigd waren De heer Koekoek moest dan ook het veld ruimen daar hij de kiesvereniging vertegenwoordigde.

 

Het eerste jaar van de Centrale was een zeer roerig jaar. Er werd 23 keer vergaderd en die bijeenkomsten duurden tot ver na middernacht. De secretaris zag kans om een heel notulenboek vol te schrijven.De man had hier waarschijnlijk een dagtaak aan. Problemen van dat jaar waren omzetting van een huisgenootkaart naar een dameskaart. Het gebouw in gebruik als militair tehuis. Het na-oorlogse revolutiegevaar. Maar het Sinterklaasfeest in 1918 werd “vroolijk “gevierd met verloting van gebak en sigaren!!

Kortom: het Gebouw gonsde van katholieke activiteiten. Lezingen over de Pauselijke Encycliek RERUM NOVARUM trokken volle zalen, maar de “verfoeilijke” kaart- en biljartavonden

waren nog populairder. Dit gaf bij de pastoor toch aanleiding om bij de Centrale aan de bel te trekken om regulering hiervan. Immers goede huisvaders dienden des zondags thuis bij vrouw en (talrijk) kroost zijn vertier te zoeken.

In de twintiger jaren telde de Centrale negentien verenigingen, die hun domicilie in het gebouw hadden. Zij groeide dusdanig uit haar voegen dat er werd uitgekeken naar een nieuw gebouw. Dat werd de Geref. Kerk aan de Zuiderhaven. Voor 9000 gulden werd dit gebouw gekocht maar de beperkende voorwaarden van gereformeerden waren zo extreem dat een maand later de koop werd teruggedraaid.

 

In 1928 werd uiteindelijk het Gebouw uitgebreid en verbouwd. Laagste inschrijver was de Firma H. v.d. Zee en Zonen. Er werd getracht een stuk grond te kopen van de heer Vlascamp, Voorstraat 91, maar dat mislukte. Toch kon met creativiteit het Gebouw toen zijn huidige omvang krijgen. Op den 29ste november kon Katholiek Harlingen met een plechtige hoogmis, voorgegaan door de Zeer Eerwaarde Heer Pastoor Hermsen, het parochiehuis plechtig inwijden. ’s Avonds kon men met een toegangskaart van 25 cent de feestelijke avond bijwonen. Hier zij vermeldt dat de heer D. de Jong van de werkliedenvereniging een Christus-Koning beeld aanbood en het zangkoor St. Cecilia een 3-tal muzikale werken ten gehore bracht.

Contributie
In de financieel moeilijke jaren dertig kwamen veel werkloze Katholieken in het gebouw troost zoeken en de vele kleine verbouwingen waren om de tijd de doden. Veel zorgen had het bestuur rond de financiën. De leden konden de contributie amper betalen. Er was ook veel gedoe omtrent de biljartbelasting. Meermalen werd de overheid gevraagd om deze belasting te kwijten, Ten einde raad werd het grote biljart opgeborgen en een belastingvrij biljart (veel kleiner ) neergezet. Ook de sfeer binnen het bestuur werd er niet beter op, met als gevolg een forse bestuurscrisis in 1939/1940. De heer Krol zag zich genoodzaakt het voorzittersschap na 22 jaar neer te leggen.

 

 

 

De heer Drost volgde hem op, maar de oorlog van 1940-1945 bracht veel ellende voor het verenigingsleven met zich mee. Het werden 5 schrale jaren.

Tot 1940 waren de volgende verenigingen actief in “het Hemeltsje”: Werklieden ver.; Middenstand ver.; Maria ver.; Kies ver.; Patronaat; Kruisverbond; Weduwesteun; Ziekenfonds; St Annavereniging; Maria –naaivereniging; St Elisabeth-ver.; St Barbaraver.; ZZZ ver. (toneel en zangclub); Bond v kantoor en winkel-bedienden; boeren en tuindersbond; bond van dienstplichtigen; St Joris; Vrouwenbond; Ver. tot weduwen en wezen St Monica; Herwonnen levenskracht; Voetbalclub Robur; Gymver. Thor; Propagandaclub DR.Ariens;

Muziekver. St Gregorius; Katholieke Ontspanningsclub en de bouwpatroons Harlingen; Spaarkas (later volkskredietbank). Het motto van die dagen was: Goed georganiseerde Katholieke verenigingen zijn sterke steunpilaren voor een bloeiend geloofsleven!!!

In 1943 werd het 25-jarig jubileum van de Centrale gevierd, zeer ingetogen, het was nog volop oorlog. Maar de toenmalige voorzitter de heer Fokke Drost schreef: ‘In de heksenketel van dezen oorlog is thans echter ook de Centrale flink door elkaar geschud. We zijn ons er van bewust dat na de oorlog ons een nieuwe en grootsche taak wacht als parochiële vereniging, in nauwe samenwerking met de jeugdorganisaties’.

 

Op zondag 24 oktober ging pastoor Wirtz voor in een plechtige hoogmis in het gebouw, wat tijdelijk dienst deed als noodkerk. De Michaël kerk was zwaar beschadigd door een bom. ’s Avonds om 6.00 uur was er een Plechtig Lof waarin Kapelaan Veldhuis een feestpredikatie hield. Op donderdag 11 november voerde de RK-toneelclub ‘Eensgezindheid’ een toneelspel op.

Tot in 1947 deed het Verenigingsgebouw dienst als noodkerk en de Centrale week uit naar de Noorderhaven in een pand van de Fa v d Oever, waar voorheen een lunchroom was gevestigd. Hier verbleef men tot eind 1948. Begin oktober ’48 werd het Gebouw opnieuw ingericht, geschilderd en in de biechtstoelen (van de noodkerk) werd de Katholieke Bibliotheek gevestigd,

Kenmerkend voor de bibliotheek waren de zwarte kaften en de strenge uitleners die ook nog een eigen censuur toe pasten! Pubers werden regelmatig een boek uit de handen getrokken met als argument: dat is geen boek voor snotneuzen!

Geld voor de noodzakelijke verbouwing van de conciërgewoning en uitbreiding was er niet. Maar de feestelijke heropening met traktatie kon wel doorgaan dankzij royale giften Zo gaf Lurvink een theeservies dhr Kamsma een paar schoenen en Vogelaar een rollade. De financiële situatie van de Centrale was een en al kommer en kwel. Veel discussies gingen over de hoogte van de zaalhuur en het in de hand houden van de kosten. Ook de verenigingen die gebruikt maakten van het Gebouw hadden niet veel te makken.

De conciërge moest zich voornamelijk bedruipen met de verkoop van de consumpties. Toen de man vroeg om de tochtige ramen te maken van zijn woning was de suggestie van het bestuur om dan maar een dikke jas aan te doen. Maar ondanks de armoede was er toch altijd sprake van roomse blijheid en humor. Velen denken met weemoed aan de kinderkerstvieringen, de uitvoeringen van de Katholieke toneelclub Eensgzindheid, de Katholieke dansavonden, enzovoort. Vanaf de jaren vijftig waren het vooral de jongeren die er een ‘thuis’ vonden: De Kajotters, Stella-Maris, Robur, de Schutjasclub, de verkennerij, feestavonden, maar ook de KVG was er thuis en het kerkkoor repeteerde er. Kortom een echt parochiehuis waar mensen elkaar konden ontmoeten. Menige verkering begon in “’t Hemeltsje”.

In die tijd was de afstand tussen kerk/clerus en hun kudde vrij groot. Men kon in het Hemeltsje onder elkaar zijn en op zijn/haar eigen manier kerk zijn. Veel werd er begin jaren vijftig gepraat over het bouwvallige voorhuis. Pas in 1958 kon een behoorlijke verbouwing plaatsvinden en kreeg het gebouw de huidige omvang. Later werd diverse malen het interieuraangepast aan de wensen van de tijd. Altijd werd dit gedaan door de vele vrijwilligers die uit hun gevoel van het eigen Hemeltsje hun dankbaar werk deden. Binnen de Katholieke gemeenschap traden inmiddels grote veranderingen op. De behoefte om je katholiek te organiseren werd duidelijk minder. Daarentegen werd de afstand tussen clerus en parochie kleiner en werden steeds meer parochianen betrokken in het kerk zijn aan de Zuiderhaven.

 

Vergaderingen werden daar gehouden en vele andere groepen zoals koren en catechesegroepen vonden daar hun thuis .

De laatste vijftien jaar was er duidelijk minder behoefte aan een eigen gebouw voor Katholieke verenigingen. En de in de jaren zestig ingestelde Culturele Commissie die de dansavonden, carnaval en dergelijke activeerde bloedde ook langzaam maar zeker dood. Vanuit dit gegeven en op verzoek van de huidige uitbaters is door het bestuur besloten om het Gebouw te verkopen.

Summier worden in de oude notulenboeken melding gemaakt van de beheerders van het gebouw. Veel meer is er gepraat over contributie en zaalverhuur.

De eerste conciërges waren: P.Vogelaar, G, Eskes, R.Posthuma, S. Bouwmeester en per 1 juni 1934 dhr. B. Keizer met zijn vrouw Richtje. De man was bovendien begrafenisondernemer.

In 1960 kwam de fam. Homminga in het gebouw, opgevolgd in 1968 door de fam. Boorsma die om ziekte, een paar maanden later alweer, werd opgevolgd door dhr. Outhuijse, later zoon Johan Outhuijse die de naam De Lichtboei bedacht. Deze werd weer afgelost door dhr. Meijer. Na de heer Meijer kwam Freddy van der Ven en sinds 2003 beheren de huidige pachters Fina van der Vlies en Paul Schoute (inmiddels eigenaren) De Lichtboei. Zij namen het gebouw van de Stichting Centrale St Michaël over. Een tijdsperk voor de Centrale werd hiermee afgesloten.

 

           
Inrichting Café tussen 1970-1980

lichtboei vroeger

boei vroeger